Gebedsmarathon

Alle religieuzen in Nederland worden opgeroepen om van Pasen tot en met oktober (Wereldmissiemaand)  bidden rond het jaarthema 'Hij heeft mij gezonden. (Lucas 4,18) – Wat is onze missie?'. De KNR stuurt wekelijks op vrijdag een voorbede toe aan de religieuzen en andere geïnteresseerden die zich hebben opgegeven. Deze voorbeden zijn gemaakt door religieuzen en hebben te maken met hun missie. Naast de voorbede wordt informatie toegevoegd over een buitengewone missionaris die een voorbeeld kan zijn in onze tijd.  

Indien u de wekelijkse intenties wil ontvangen, kunt u zich aanmelden via communicatie@knr.nl 

Op deze pagina van de website zullen wekelijks de nieuwe gebeden worden geplaatst.

Gebed week 37

God van mensen,
U verbindt zich met ons
en ontsteekt in ons het vuur van uw liefde.
U kent ons verlangen en het verlangen van veel mensen om ons heen:
verlangen naar een betere wereld waar ruimte is voor iedereen,
verlangen naar een duurzame wereld waar de schreeuw van de aarde gehoord wordt, verlangen naar een eerlijke verdeling van de rijkdom.
Wees bij ons aanwezig en help ons om elke mens te eerbiedigen
en te verwelkomen als een broeder, een zuster
zodat onze aarde een gastvrij huis wordt waar iedereen zich thuis mag voelen.
Amen

Missionaire pionier:

CHARLES DE FOUCAULD, een boodschap van broederlijkheid

 

“Apostel zijn, hoe? Door goedheid, tederheid, broederlijke genegenheid, door vóór te leven wat deugd is, door bescheidenheid en zachtmoedigheid die altijd zo aantrekkelijk en christelijk zijn.” (uit: Het gebed van overgave van Charles de Foucauld. Hij werd geboren in Strasbourg in 1858 en stierf in de Sahara in 1916)

Charles de Foucauld

 

“Het leven van Charles de Foucauld is niet het rimpelloze verhaal van een brave heilige, niet een verhaal zonder tegenspraken en inconsequenties”, schreef kerkhistoricus Peter Nissen in het septembernummer 2004  van Speling. “Het is een verhaal vol ongerijmdheden en rare wendingen.”

Ja, de geschiedenis van deze mens is verrassend: een korte militaire loopbaan..., een beklijvende ontdekking van de islam tijdens een ontdekkingsreis in Marokko..., zijn bekering op 28-jarige leeftijd..., zijn leven als monnik gedurende 7 jaar bij de cisterciënzers en zijn kluizenaarsleven in de nabijheid van een clarissenklooster in Nazareth..., en tenslotte zijn vertrek naar de Sahara als eenvoudige priester, met het verlangen om het leven te delen van die mensen die hem 'het meest verlaten' leken, die nooit hoorden spreken over het evangelie, die 'broers van Jezus zijn maar Hem niet kennen' zoals hij dit uitdrukt.

In Tamanrasset, in het uiterste zuiden van Algerije waar hij tijdens de laatste 11 jaren van zijn leven verbleef, zal hij binnentreden in het leven van de Toearegs, hun taal en hun cultuur leren kennen en liefhebben: “Ik ben hier niet om de Toearegs te bekeren, maar om te proberen hen te begrijpen.” Dit is het echte gelaat van Charles de Foucauld: hij die zichzelf tot broeder en vriend maakt. Zo schrijft hij in een brief: “We moeten ons laten aanvaarden door de moslims, een bereikbare vriend worden voor wie twijfelt of in moeilijkheden zit...”

Charles de Foucauld is een man met een passie, een passie voor broederlijkheid. Jezus die hij 'zijn welbeminde broeder' noemt, toonde hem dat alle mensen dezelfde Vader hebben en dat allen dus broeders zijn. Zo staat hij open voor alles wat de verbondenheid tussen mensen en volkeren kan bevorderen. Hij bestrijdt ook de slavernij. Voor hem betekent dit 'werken aan de uitbouw van de broederlijkheid op aarde'.

Hij ziet zijn aanwezigheid meer en meer als die van een pionier. Uit zijn correspondentie blijkt hoe hij altijd op weg is, nooit gevestigd, steeds op zoek naar hen die voor hem het gelaat van Jezus van Nazareth zijn.

Hij wil 'universele broeder' zijn en voor hem is gastvrijheid heel belangrijk: “Ik wil dat alle inwoners, christenen, moslims, joden en niet gelovigen mij leren zien als hun broer, de universele broeder. Zijn beginnen het huis 'de fraterniteit' te noemen, dat is me zo dierbaar”.

Op 1 december 1916, tegen de dreigende achtergrond van de Eerste Wereldoorlog wordt Charles de Foucauld gedood. Zinloos geweld. Oorlogsgeweld.

Na zijn dood schrijft Moussa Ag Amastane, de Toearegchef die bevriend was met Charles, een brief aan zijn zus: “Sinds ik de dood van onze vriend vernomen heb zijn mijn ogen dichtgegaan. Alles is donker voor mij, ik heb geweend en vele tranen gestort. Zijn dood doet me pijn en ik ben aan het rouwen... Doe mijn groeten aan uw dochters, uw echtgenoot en al uw vrienden en zeg hun: Charles, de maraboet, is niet alleen gestorven voor u, hij is ook gestorven voor ons allen.”

Over de maker

 

zuster Mauricia OggierKleine Zuster Mauricia Oggier woont sinds zeven jaar samen met twee medezusters op IJburg, een nieuwbouwwijk van Amsterdam waar de Kerk nauwelijks aanwezig is. Ze schrijft hierover: “Het is boeiend om in zo’n wijk te wonen. Veel mensen tonen initiatieven die het leven rijker maken. Wij hoeven niets te ‘doen’, we ‘zijn’ er. Zo zijn we getuige van hoe de Geest vaak op verborgen manier werkt. Vlak bij ons zijn containerwoningen waar 180 jonge mensen wonen: 90 asielzoekers en 90 Nederlandse studenten. Daar vinden ook veel mooie ontmoetingen plaats. Dankbaar ben ik om onze presentie en om alle vriendschappen die zomaar ontstaan zijn en iets laten zien van Gods aanwezigheid in het hart van mensen.”