Kloosterkeuken
Koken kloosterlingen anders dan restaurant-koks of gewone huis-tuin-en-keuken-koks? Ja, waarschijnlijk wel, want een gelovige levenshouding doordrenkt het hele bestaan. Maar anno 2007 zijn de maaltijden in kloosters niet meer zo verschillend van wat buiten het klooster gegeten wordt. Wie het nu heeft over de kloosterkeuken appelleert dan ook vooral aan nostalgische gevoelens ten aanzien van de eenvoudige, sobere doch voedzame maaltijden uit vroeger tijden. Kloosterlingen moesten het vooral doen met wat ze verbouwden in de kloostertuin en met wat ze kregen van het eigen vee. Brood, kaas, boter, honing, azijn, bier, mosterd, jam; het werd merendeels zelf gemaakt. Soberheid en toewijding zijn in de kloosterkeuken de basis voor eerlijke, smakelijke, gezonde en voedzame maaltijden. Als je niet veel hebt om uit te kiezen en je wilt toch variëren, moet je creatief zijn. Omdat de kloosterlingen voedsel uit hun eigen tuin eten - meestal vegetarisch - volgen ze onvermijdelijk de seizoenen. Seizoenseten betekent variatie, maar ook telkens weer genieten van dingen die er soms maar even zijn. Asperges, veldsla, graskaas, aardbeien, erwtensoep, wildbraad, kerststol, boerenkool: heerlijk als je het niet het hele jaar eet. Hoewel er schatrijke kloosters bestaan leven religieuzen doorgaans sober, arm haast. In tegenstelling tot de restaurants wordt in een klooster nooit eten weggegooid; in laatste instantie kan het nog dienen als beestenvoer. Verspilling is zonde. Restjes blijken vaak ook goede grondstoffen. Van oude wijn maken ze azijn, zure melk wordt melkbrood, restjes groenten zijn voor de salade, botten voor de fond (en de hond). Eten blijft eten.
Wie benieuwd is naar de ervaringen van een broeder kok, die al bijna zestig jaar de scepter zwaait in de kloosterkeuken van de Kapucijnen, kan hier terecht voor het verhaal van broeder Harold Holierhoek. Wie zelf thuis wil raken in de kneepjes van de kloosterkeuken, kan hiervoor in het Dominicaans Activiteiten Centrum terecht.
Gastvrijheid
Gastvrijheid is voor veel religieuze gemeenschappen een groot goed. Zo fungeert De Wonne al ruim 25 jaar zo veel mogelijk als een "groot huisgezin", waar gasten welkom zijn aan tafel. Van eenzelfde bereidheid om te delen met anderen getuigt De Vuurhaard in Udenhout. Voor beide gemeenschappen staat het contact met mensen-in-de-marge centraal.
Tijdens de maaltijd wordt gezorgd voor de inwendige mens. Maar in het gehele proces dat vooraf gaat aan de consumptie – het zaaien, oogsten en bereiden – kan werken en bidden samenvallen in de aandacht en de intentie waarmee het gebeurt.
Een hedendaagse gelovige vrouw zegt het zo: Een moment van gebed is voor mij ook het bereiden van het eten dat ik niet alleen maar gekregen heb ‘als het werk van mijn handen’, maar dat je ook gegeven is. En het goed bereiden daarvan is ook een manier van dank zeggen. Als leek zoek je hoe je in het leven van alledag spiritualiteit vasthoudt.
Marlène Falke-De Hoogh.
Broeder Laurentius
Drie eeuwen geleden ontdekte een eenvoudige kloosterbroeder het geheim van een ononderbroken omgang met God. Hij was kok, en later schoenmaker, in een Frans klooster, 'een dienaar van Gods dienaren', zoals hij zichzelf noemde. Te midden van het gerammel van potten en pannen zocht en vond hij een diep en voortdurend besef van God. Door zijn ervaring en inzicht is hij een klassiek voorbeeld van geestelijke diepgang geworden. We hebben het over Broeder Laurentius. Kenmerkend is dat hij zich ten doel had gesteld al zijn daden te verrichten uit liefde tot God. Hij was tevreden wanneer hij een strootje van de grond kon oprapen uit liefde tot God. Hij zocht louter en alleen Hem, en niets anders.
Enkele recepten voor smakelijke gerechten uit de kloosterkeuken:appelbollen, amandelbrij en appelcake. Een eeuwenoud recept voor Wilhelmietensoep werd teruggevonden door de Broeders van Huijbergen. En wie de smaak te pakken heeft kan hier nog meer kloosterklassiekers vinden.




