Organisatie
Activiteiten
Religieus leven
Solidariteit
Jongeren

Kloostertuinen

Eenzelfde respectvolle houding ten aanzien van de bereiding en consumptie van voedsel tref je bij religieuzen aan voor wat betreft de moes- en plantentuin. Er is sinds kort een werkgroep Kloostertuinen en deze groep heeft omschreven wat ze precies verstaan onder dit begrip. Voor de spirituele dimensie kun je terecht op deze webpagina. Bekende kloostertuinen zijn de Hof van lof van de Franciscanen in Megen en het Franciscaans Milieuproject Stoutenburg. Over de laatstgenoemde tuin schreef Tini Brugge een karakteristiek stukje. De tuin van de zusters van Liefde in Tilburg herbergt prachtige treuressen. In de Abdij Maria Toevlucht te Zundert wordt ecologische landbouw bedreven. De Gaarde in Udenhout is een ecologisch-spirituele leerplek.

Een kloosterhof kan ook beschouwd worden als metafoor. Catharina Visser schreef daar het volgende over:
 
Er is een kloosterhof die zich heeft gevestigd in mijn binnenste. Net zo goed heb ik mij onzichtbaar gevestigd in die kloosterhof. Het licht valt er rechtstreeks uit het vierkant van de hemel binnen en trekt dagelijkse over de bestrating van kleine keien en langs de zachtgrijze stenen muren van de kloostergangen, die de hof aan drie kanten insluiten. Aan de vierde kant rijst de kerk op met een toren waarin de klok elk half uur slaat, ook ’s-nachts. De kloosterhof is leeg. Het is haar leegte die alles samen- bindt en die adem geeft aan wat daarbinnen plaatsvindt. De kloosterhof heeft zich in mij gevestigd op de plaats, waar ik zelf leeg ben. Ik luister en kijk met de zintuigen van de kloosterhof. Het wordt herfst, het wordt winter, het wordt lente, het wordt zomer. En dit is wat de kloosterhof mij leert: dat vanuit de tijd langzaam het blijvende groeit, het Eeuwige. En in dat Eeuwige zink ik tenslotte steeds dieper binnen. Ik word één met het land en de lucht, ik word één met het graan en de druiven, het brood en de wijn en de onstuitbare kracht die mij heeft opgetild uit de oergrond. Ik word één met mijn geliefden en zij met mij. En ik word één met vrienden en vreemden die eerst buiten mijn kloosterhof leefden. Mijn hart raakt doortrokken voor de Meester die de wijn van de liefde heeft geschonken en die voor mij de muur heeft doorbroken tussen mijn ik en de gloed van de godheid. Dit alles vindt plaats in de hof van mijn hart, waarin de tranen van de bedroefde druppen en het lied van de liefde zichzelf zingt.’

De monnik bestaat dus niet alleen buiten ons, niet alleen in de reservaten van een zo goed als verloren christelijk verleden. De monnik is een archetype in onze ziel, in ieder van ons schuilt een monnik, een kluizenaar, een kluizenares die op zoek is naar geluk, wijsheid en stilte. Die monnik was er al in de eerste jaren van je leven want hij is nauw verwant aan het kind in ons, het kind dat we ooit waren en dat diep in ons verscholen nog steeds aanwezig is. Het kind, dat nog de kunst verstaat om zonder bedoelingen te verwijlen bij het mysterie.

Hein Stufkens Samen kun je verder groeien dan in je eentje. Monnik-zijn in deze tijd
Dabarbericht 1-2006