UCESM-bezoek aan Auschwitz
CHESTOCHOWA / AUSCHWITZ - Op de slotdag van de UCESM-Assemblee van twee weken geleden is een gezamenlijk statement geformuleerd.
Door gebrekkige internet-verbindingen was een eerder bericht van KNR-secretaris Patrick Chatelion Counet niet aangekomen. Aangezien het wel de moeite waard is, publiceren we het alsnog. Onderstaande bijdrage dateert van 9 februari 2010. Wie helemaal doorscrollt naar beneden treft daar een link naar het slotdocument.
Verhalen van hoop
'Verhalen van hoop' is het dragende thema van de UCESM-Conferentie
deze dagen. José Cristo Rey sprak in zijn inleiding voor de
Conferentie over het verdwijnen van de hoop in Europa. Prediker
voorzag het. ‘Er is een tijd van hoop, er is een tijd van...’ Rey
citeerde André Comte, de filosoof van de wanhoop, die voorstelt niet
te hopen, niet te verlangen, maar in het heden te leven, 'carpe diem',
een postmoderne oplossing. Nu is ondergetekende niet wars van postmoderne
opvattingen, vooral omdat ze geen oplossingen pretenderen, maar 'hopeloos'
gelukkig proberen te zijn - dat was ik met de inleider wel eens - is
geen optie, misschien ook geen filosofie. Zonder hoop leef je in het
moment, vlucht je in het snelle genot, de korte vakanties, het leuke
filmpje, het glas rode wijn, het 'nu even nergens over'. Zonder hoop
durf je niet, kun je niet, naar de toekomst kijken. Religieuzen, aldus
Rey - en voor zulke opvattingen kom ik graag naar de UCESM -
religieuzen léven de hoop. In een kerk waar de conservatieve krachten
het heil voor enkelen reserveren, een elite, dragen religieuzen uit
dat christendom hoop voor allen meebrengt. Maar het is een hoop die
ambivalentie uitstraalt - juist omdat het hoop is en geen zekerheid.
Rey gaf voor deze ambivalentie een prachtig beeld. De theologie van
Stille Zaterdag. Na de zekerheid van de dood, is er dat moment van
hoop - de dag die volgt op Goede Vrijdag en voorafgaat aan Paasmorgen
- waarop je hoopt dat de dood niet het einde is. Maar zeker weet je
het niet, want Pasen moet (altijd nog) aanbreken. Death is not the end
- dat is de hoop.
deze dagen. José Cristo Rey sprak in zijn inleiding voor de
Conferentie over het verdwijnen van de hoop in Europa. Prediker
voorzag het. ‘Er is een tijd van hoop, er is een tijd van...’ Rey
citeerde André Comte, de filosoof van de wanhoop, die voorstelt niet
te hopen, niet te verlangen, maar in het heden te leven, 'carpe diem',
een postmoderne oplossing. Nu is ondergetekende niet wars van postmoderne
opvattingen, vooral omdat ze geen oplossingen pretenderen, maar 'hopeloos'
gelukkig proberen te zijn - dat was ik met de inleider wel eens - is
geen optie, misschien ook geen filosofie. Zonder hoop leef je in het
moment, vlucht je in het snelle genot, de korte vakanties, het leuke
filmpje, het glas rode wijn, het 'nu even nergens over'. Zonder hoop
durf je niet, kun je niet, naar de toekomst kijken. Religieuzen, aldus
Rey - en voor zulke opvattingen kom ik graag naar de UCESM -
religieuzen léven de hoop. In een kerk waar de conservatieve krachten
het heil voor enkelen reserveren, een elite, dragen religieuzen uit
dat christendom hoop voor allen meebrengt. Maar het is een hoop die
ambivalentie uitstraalt - juist omdat het hoop is en geen zekerheid.
Rey gaf voor deze ambivalentie een prachtig beeld. De theologie van
Stille Zaterdag. Na de zekerheid van de dood, is er dat moment van
hoop - de dag die volgt op Goede Vrijdag en voorafgaat aan Paasmorgen
- waarop je hoopt dat de dood niet het einde is. Maar zeker weet je
het niet, want Pasen moet (altijd nog) aanbreken. Death is not the end
- dat is de hoop.
Auschwitz
De reis naar Auschwitz voert door een muur van sneeuw. Auschwitz in de
sneeuw zal toch geen feeëriek aanzicht geven? White Auschwitz. Maar
nee. Het is een moordput. Geen sneeuw kan dit bedekken. Auschwitz is
een fabriek des doods waar lijken geproduceerd werden bij wijze van
rendement. 'Was' een fabriek des doods, moet ik zeggen, want was is
een woord dat de verleden tijd uitdrukt. Maar het is zo verdomde 'nu'
als je daar rondloopt. En de vragen die 'Auschwitz' oproept zijn zo
actueel. Of God dood is, schijnt de grote vraag 'na Auschwitz' te zijn
geweest. En hoe zit het met het verbond tussen God en mens? Is een van
beiden, of beiden, de afspraken niet nagekomen? Ik heb daar geen God
gezien, in die fabriek des doods. Ik heb er mensen gezien. Moordenaars
en slachtoffers. Ik heb me vragen gesteld, niet over God, maar over de
mens. Of eigenlijk was het maar één vraag. Waarom? Ik begrijp het
niet. Auschwitz is gecreëerd voor het uitroeien van de Joden. Ja, ook
zigeuners werden vermoord, ook homoseksuelen, ook Getuigen van
Jehovah, ook vele politieke tegenstanders, zwakken, zieken,
´nuttelozen´. Maar het ging in eerste instantie om de Joden. De Joden
die in een God geloven die ook de mijne is (maar misschien mag ik dat
niet zeggen). De Joden die hun God geen naam geven, geen theologie,
geen bespiegelingen. Ik geef die God te vaak een naam. Liefde, Hoop,
Opstanding, Vader, Geest. Weet ik wel waar ik het over heb - vroeg ik
me vandaag af.

We vierden er een eucharistie, in Auschwitz. Ik weet niet of ik dat
gepast vond. Laten we zeggen niet ongepast, omdat Jezus een Jood is.
De eerste mens van wie ik geloof dat hij uit de doden opstond, was een
Jood. Een slachtoffer. Opstanding uit de doden. Ik geloof het, ik hoop
het. Death is not the end. Dat is het enige dat je de slachtoffers van
het verleden kunt aanbieden. Dat je dat gelooft.
sneeuw zal toch geen feeëriek aanzicht geven? White Auschwitz. Maar
nee. Het is een moordput. Geen sneeuw kan dit bedekken. Auschwitz is
een fabriek des doods waar lijken geproduceerd werden bij wijze van
rendement. 'Was' een fabriek des doods, moet ik zeggen, want was is
een woord dat de verleden tijd uitdrukt. Maar het is zo verdomde 'nu'
als je daar rondloopt. En de vragen die 'Auschwitz' oproept zijn zo
actueel. Of God dood is, schijnt de grote vraag 'na Auschwitz' te zijn
geweest. En hoe zit het met het verbond tussen God en mens? Is een van
beiden, of beiden, de afspraken niet nagekomen? Ik heb daar geen God
gezien, in die fabriek des doods. Ik heb er mensen gezien. Moordenaars
en slachtoffers. Ik heb me vragen gesteld, niet over God, maar over de
mens. Of eigenlijk was het maar één vraag. Waarom? Ik begrijp het
niet. Auschwitz is gecreëerd voor het uitroeien van de Joden. Ja, ook
zigeuners werden vermoord, ook homoseksuelen, ook Getuigen van
Jehovah, ook vele politieke tegenstanders, zwakken, zieken,
´nuttelozen´. Maar het ging in eerste instantie om de Joden. De Joden
die in een God geloven die ook de mijne is (maar misschien mag ik dat
niet zeggen). De Joden die hun God geen naam geven, geen theologie,
geen bespiegelingen. Ik geef die God te vaak een naam. Liefde, Hoop,
Opstanding, Vader, Geest. Weet ik wel waar ik het over heb - vroeg ik
me vandaag af.

We vierden er een eucharistie, in Auschwitz. Ik weet niet of ik dat
gepast vond. Laten we zeggen niet ongepast, omdat Jezus een Jood is.
De eerste mens van wie ik geloof dat hij uit de doden opstond, was een
Jood. Een slachtoffer. Opstanding uit de doden. Ik geloof het, ik hoop
het. Death is not the end. Dat is het enige dat je de slachtoffers van
het verleden kunt aanbieden. Dat je dat gelooft.
Patrick Chatelion Counet




